als richting binnen de vrijheid

Hoe je het ook wendt of keert, een gedicht vindt zijn oorsprong in inspiratie. Soms ontstaat die vanuit een plek waar je bent geweest, een ontmoeting, of een gedachte die zich plots aandient. Op andere momenten komt een gedicht voort uit een vraag of een opdracht die wordt gesteld.

Juist in zo’n opdracht schuilt iets bijzonders. De aanwezigheid van kaders – een thema, een onderwerp, of een vastgesteld aantal regels – geeft richting. Niet als beperking, maar als een bedding waarbinnen iets kan ontstaan dat anders misschien verborgen was gebleven.

De thema’s die in deze gedichten naar voren komen zijn uiteenlopend, maar vinden hun oorsprong steeds in het menszijn. In de vragen die we tegenkomen, de worstelingen die we doormaken, en de overwinningen die soms klein lijken, maar van grote betekenis zijn. Ze zoeken naar de kracht die verscholen ligt in het alledaagse, in dat wat vaak onopgemerkt blijft.

De volgende gedichten zijn vanuit zulke opdrachten ontstaan:

Opdracht: Onder mijn huid
Opdracht: De grens van de stilte
Opdracht: De verborgen stad
Opdracht: Grenzen
Opdracht: Niet in de hand
Opdracht: Tussen scherm en stilte